Je internetverbinding delen

Als je een ander apparaat met internet wilt verbinden, deel je de internetverbinding van je telefoon:

  • Voor draadloos delen met een ander wifi-apparaat schakel je de wifi-hotspot in, dat zorgt voor een groot bereik en goede snelheid. Hiermee wordt meer stroom verbruikt, dus je kunt je telefoon het beste op een stopcontact aansluiten.
  • Voor draadloos delen met een apparaat in de buurt (zoals een telefoon naast een computer) kun je Bluetooth-tethering gebruiken. Dan heb je minder last van storingen in drukke wifi-omgevingen, heb je meer privacy en verbruik je minder stroom dan met je wifi-hotspot.
  • Voor delen via een fysieke verbinding, sluit je je telefoon op een apparaat aan met een USB-kabel. In sommige situaties zorgt dit voor een verbinding die stabieler, sneller en veiliger is dan delen via draadloze verbindingen.

Uw telefoonabonnement moet het delen van gegevens ondersteunen. Als u niet weet of dat het geval is, neemt u contact op met uw provider.

Je hotspot gebruiken

Stap 1: instellen

  1. Controleer het volgende:

  2. Ga naar Instellingen > Netwerk en internet > Hotspot en tethering.
  3. Tik op Wifi-hotspot en voer een of meerdere van de volgende handelingen uit:

    • Maak het eenvoudiger om je hotspot te vinden en er verbinding mee te maken. Tik op Naam hotspot en wijzig deze.
    • Voorkom dat anderen de netwerknaam van je telefoon zien. Vinkt Mijn apparaat verbergen aan.
    • Bekijk je huidige wachtwoord of wijzig het. Tik op Wachtwoord hotspot.
    • Verbeter het hotspotsignaal. Voor minder storingen wijzig je het uitzendkanaal/de uitzendband naar 5 GHz. Voor een sterker signaal schakel je over op 2 GHz. (Deze functie is niet in alle landen beschikbaar.)
    • Zorg ervoor dat andere apparaten je hotspot kunnen vinden. Zorg ervoor dat Compatibiliteit uitbreiden is ingeschakeld .
    • Verhoog de verbindingssnelheid van de hotspot. Als je anderen niet langer hoeft te helpen je hotspot te vinden, schakel je Compatibiliteit > Compatibiliteit uitbreiden uit.
    • Beperk het aantal apparaten dat verbonden kan zijn of beperk de toegang tot uitsluitend de apparaten die je zelf opgeeft. Tik op Apparaten beheren.
    • Verleng de levensduur van de accu. Tik op Time-outinstellingen om in te stellen wanneer de hotspot automatisch moet worden uitgeschakeld als niemand er gebruik van maakt.

Stap 2: apparaten aansluiten

  1. Controleer of Mobiele data is ingeschakeld. Als Mobiele data is uitgeschakeld, heeft je telefoon geen internetverbinding die kan worden gedeeld.
  2. Ga naar Instellingen > Netwerk en internet > Hotspot en tethering.
  3. Tik op Wifi-hotspot.
  4. Schakel Wifi-hotspot gebruiken aan en sluit je telefoon aan op de oplader. Bij gebruik van de hotspot raakt de accu van je telefoon erg snel leeg.

    Wanneer je hotspot actief is, wordt in de statusbalk weergegeven.

  5. Stel de verbinding in.

    Verbinding maken metDoe je als volgt
    Een telefoon
    1. Tik naast de hotspotnaam op je telefoon op en ontgrendel je je telefoon indien daarom wordt gevraagd.
    2. Gebruik de camera van de andere telefoon om de QR-code te scannen die als wachtwoord fungeert.
    Ander apparaat
    1. Open de wifi-instellingen van het apparaat.
    2. Selecteer de hotspot van je telefoon.
    3. Voer het wachtwoord van de hotspot in. Lees hier waar je het wachtwoord van de hotspot kunt vinden.

Wachtwoord weergeven of wijzigen

  1. Ga naar Instellingen > Netwerk en internet > Hotspot en tethering.
  2. Tik op Wifi-hotspot.
  3. Tik op Wachtwoord hotspot om het huidige wachtwoord weer te geven.
  4. Typ over het huidige wachtwoord heen om het wachtwoord te wijzigen.
OpmerkingJe kunt wachtwoorden uitschakelen voor je hotspot, maar als je een wachtwoord bewaart, kun je ongeautoriseerd gebruik van je mobiele data voorkomen.

Beveiliging beheren

Als je een waarschuwing krijgt dat de beveiliging van je hotspot zwak is, stel dan een sterk wachtwoord in voor je hotspot. Beveilig daarnaast je hotspot door een protocol te selecteren:

  1. Ga naar Instellingen > Netwerk en internet > Hotspot en tethering > Wifi-hotspot.
  2. Tik op Beveiliging.
  3. Instellingen aanpassen:

    • WP3 is de veiligste optie.
    • Kies WPA2/WPA3 voor nieuwere apparaten (geproduceerd na juli 2020). Oudere apparaten kunnen mogelijk niet verbinden met een WPA3- of een gemengd WPA2/WPA3-netwerk.
    • Kies WPA2 (AES) voor optimale compatibiliteit met zowel nieuwere als oudere apparaten.
    • Gebruik Geen niet voor deze instelling.

Hotspotverbindingen beheren

Aantal verbindingen weergeven

Het aantal apparaten bekijken dat is verbonden met de hotspot:

  • Kijk in snelle instellingen onder .
  • Of ga naar Instellingen > Netwerk en internet > Hotspot en tethering en kijk onder Wifi-hotspot.

Door een wachtwoord toe te wijzen aan je hotspot, zorg je ervoor dat mensen geen verbinding kunnen maken met je hotspot zonder je medeweten of toestemming.

De verbinding met alle apparaten verbreken

De verbinding met alle apparaten verbreken en voorkomen dat ze opnieuw verbinding maken:

  1. Schakel de hotspot uit.
  2. Wijzig het wachtwoord.
  3. Schakel de hotspot weer in om deze weer te gebruiken.

Bepalen wie verbinding kan maken

Als je prestatieproblemen ondervindt, kun je het aantal toegestane verbindingen beperken of de verbinding van apparaten tijdelijk verbreken.

  1. Ga naar Instellingen > Netwerk en internet > Hotspot en tethering.
  2. Tik op Wifi-hotspot > Apparaten beheren.
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Om het aantal toegestane apparaten te beperken, tik je op Apparaatlimiet.
    • Om de verbinding met apparaten tijdelijk te verbreken tot de volgende hotspotsessie tik je onder Verbonden apparaten op de naam van het apparaat > Verbinding verbreken. Het apparaat kan geen verbinding meer maken totdat je de hotspot uitschakelt en opnieuw start.

Alleen bepaalde apparaten toestaan verbinding te maken:

  1. Haal de MAC-adressen op van de apparaten die je wilt toestaan om verbinding te maken. (Sluit apparaten op de normale manier aan op de hotspot, ga vervolgens naar Apparaten beheren en tik op de naam van elk verbonden apparaat om het MAC-adres weer te geven.)
  2. Tik op Toegestane apparaten beheren > Toegestaan apparaat toevoegen.
  3. Voer voor elk apparaat het MAC-adres in en de naam van het apparaat.
  4. Wanneer je toegestane apparaten toevoegt, worden ze opgeslagen tenzij je ze verwijdert. Je kunt deze functie op elk moment in- of uitschakelen door Alle apparaten toestaan in of uit te schakelen.

Om de toegang te beperken voor een eerder toegestaan apparaat, tik je eerst op de naam van het apparaat en vervolgens op Verwijderen.

USB-tethering

Een apparaat verbinden met internet via uw mobiele gegevens en een USB-kabel:

  1. Controleer of de optie Mobiele gegevens is ingeschakeld. Als de optie Mobiele gegevens is uitgeschakeld, heeft uw telefoon geen internetverbinding die kan worden gedeeld.
  2. Sluit uw telefoon aan op uw computer via een USB-kabel.

  3. Ga op uw telefoon naar Instellingen.
  4. Tik op Netwerk en internet > Hotspot en tethering.
  5. Schakel USB-tethering in om de verbinding te starten.

    U ziet in uw meldingen.

Als je de verbinding wilt verbreken, tik je op de melding en schakel je USB-tethering uit. Vervolgens koppel je de telefoon los van de computer.

Bluetooth-tethering

Een apparaat verbinden met het internet via uw mobiele gegevens en een Bluetooth-verbinding:

  1. Controleer of de optie Mobiele gegevens is ingeschakeld. Als de optie Mobiele gegevens is uitgeschakeld, heeft uw telefoon geen internetverbinding die kan worden gedeeld.
  2. Zet de Bluetooth op uw telefoon aan en koppel die aan een ander apparaat.
  3. Stel uw andere apparaat in om netwerkverbinding te maken via Bluetooth.
  4. Ga op uw telefoon naar Instellingen.
  5. Tik op Netwerk en internet > Hotspot en tethering.
  6. Schakel Bluetooth-tethering in om de verbinding te starten.

Als je de verbinding wilt verbreken, schakel je Bluetooth uit of raak je aan en houd je dit vast in de snelle instellingen en verbreek je de verbinding.

Een probleem oplossen

Als je problemen ondervindt, kun je deze stappen voor het oplossen van problemen volgen: