Je kunt Bluetooth gebruiken om je telefoon draadloos met andere apparaten te verbinden. Nadat je een Bluetooth-apparaat voor de eerste keer hebt gekoppeld, maken je apparaten automatisch verbinding.
Bluetooth gebruikt meer stroom. Schakel de functie daarom uit wanneer u deze niet gebruikt.
Tik op 
Als u verbinding met een nieuw Bluetooth-accessoire of een ander apparaat wilt maken, moet u de telefoon er eerst mee koppelen. U hoeft dit voor elk apparaat slechts een keer te doen.
Je apparaten blijven gekoppeld totdat je de koppeling verbreekt.
Tik op 
Terwijl de telefoon zoekt naar beschikbare apparaten, ziet u 
Voer een van onderstaande handelingen uit:
Tik op Koppelen op je telefoon. Controleer of er op het andere apparaat ook een koppelingsmelding verschijnt. Als je een melding ziet, moet je deze op beide apparaten bevestigen om de koppeling te voltooien.
Stel de opties voor delen in als u contacten, telefoonaudio, media-audio of internettoegang wilt delen via uw telefoon.
Probleem met koppelen? Ga naar Problemen oplossen.
Na het koppelen met een apparaat moet je opties voor delen instellen. Daarna kun je Bluetooth gebruiken om het volgende te doen:

Schakel het Bluetooth-apparaat in.

Tijdens het koppelen zie je de naam van je telefoon op andere Bluetooth-apparaten. Je kunt dan de naam wijzigen.



Als Bluetooth is uitgeschakeld, kan je telefoon nog steeds scannen en automatisch verbinding maken met een eerder gekoppeld apparaat. Schakel Bluetooth-scannen uit om dit te voorkomen.
Scannen uitschakelen:

Als je deze optie uitschakelt, werken de apps die je locatie gebruiken ook niet.
Als je problemen hebt met een Bluetooth-apparaat, kun je deze stappen voor het oplossen van problemen volgen.