Het mobiele apparaat bevat een zender en een ontvanger van RF-energie. Het is ontworpen om te voldoen aan wettelijke vereisten inzake blootstelling aan RF-energie.
Voor een optimale werking van het mobiele apparaat en als u zeker wilt weten dat u de normen voor blootstelling aan RF-energie niet overschrijdt, dient u zich aan de volgende instructies en voorzorgsmaatregelen te houden:
Schakel het mobiele apparaat uit op plaatsen waar dat via waarschuwingsborden wordt verzocht, bijvoorbeeld in ziekenhuizen of andere zorginstellingen.
Schakel aan boord van een vliegtuig uw mobiele apparaat uit als het vliegtuigpersoneel u verzoekt dat te doen. Als het mobiele apparaat een speciale vluchtmodus of een vergelijkbare functie heeft, dient u het vliegtuigpersoneel te raadplegen over het gebruik van deze functie tijdens de vlucht.
Raadpleeg je arts en de fabrikant van het apparaat voordat je dit mobiele apparaat gaat gebruiken als je een implanteerbare pacemaker, defibrillator of een ander medisch apparaat gebruikt.
Als u een pacemaker of defibrillator gebruikt, beveelt de FCC de volgende voorzorgsmaatregelen aan: