Snelkoppelingen voor toegankelijkheid gebruiken

Info over snelkoppelingen voor toegankelijkheid

Snelkoppeling: essentiële besturingselementen voor je telefoon

Het toegankelijkheidsmenu biedt snelle toegang tot essentiële functies op je telefoon.

Snelkoppeling: toegankelijkheidsfuncties

Je kunt toegankelijkheidsfuncties eenvoudig in- of uitschakelen vanaf elk scherm. Voor elke functie die je gebruikt, kun je:

toegankelijkheidsmenu met essentiële besturingselementen gebruiken

Open een groot menu, waarin je het volgende kunt doen:

  • Je assistent bellen
  • Instellingen voor toegankelijkheid openen
  • De telefoon vergrendelen of uitschakelen
  • Volume aanpassen
  • Helderheid aanpassen
  • Recente apps weergeven en terugkeren naar een van die apps
  • Een screenshot maken
  • Snelinstellingen openen

Inschakelen

  1. Ga naar Instellingen > Toegankelijkheid.
  2. Tik op Toegankelijkheidsmenu.
  3. Stel Snelkoppeling voor toegankelijkheidsmenu in op .
  4. Als je de grootte van de knoppen in dit menu wilt vergroten, tik je op Instellingen en schakel je vervolgens Grote knoppen in .

Gebruiken

Bij gebruik van de gebarennavigatie:

  1. Veeg met twee vingers vanaf de onderzijde van het scherm naar boven.

  2. Kies een optie uit het menu.

Bij gebruik van de Navigatie met drie knoppen:

  1. Onder in het scherm tik je op .
  2. Kies een optie uit het menu.

Knoppen voor toegankelijkheid beheren

Voor elke toegankelijkheidsfunctie die je gebruikt, kun je een knop aan het scherm toevoegen om die functie snel in of uit te schakelen.

Knoppen toevoegen

Wanneer je in Instellingen > Toegankelijkheid een toegankelijkheidsfunctie inschakelt en die functie snelkoppelingen ondersteunt, zie je een schakelaar om de snelkoppeling in te schakelen. Tik op de naam van de schakelaar om opties te zien voor het toevoegen van de knop en het toewijzen van de functie aan de volumeknoppen.

De grootte en transparantie van knoppen wijzigen

Deze instelling is van toepassing op de snelkoppelingen voor alle toegankelijkheidsfuncties.

  1. Ga naar Instellingen > Toegankelijkheid > Sneltoetsen voor toegankelijkheid.
  2. Of tik op Knop Toegankelijkheid als je navigatie met drie knoppen gebruikt.

    Als je gebarennavigatie gebruikt, tik je op Toegankelijkheidsknop en -gebaar.

  3. Pas aan hoe de knoppen eruitzien en werken:

    • Tik op Formaat en kies Groot of Klein.
    • Als de knoppen altijd zichtbaar moeten zijn, zet je Vervagen indien niet in gebruik uit .
    • Versleep de schuifknop Transparantie indien niet in gebruik om de knoppen meer of minder transparant te maken.

Gebarennavigatie: kiezen tussen knoppen en gebaren

Als je gebarennavigatie gebruikt, kun je kiezen tussen het gebruik van een gebaar of een knop voor snelkoppelingen voor toegankelijkheid. Deze instelling is van toepassing op de snelkoppelingen voor alle toegankelijkheidsfuncties.

  1. Ga naar Instellingen > Toegankelijkheid > Sneltoetsen voor toegankelijkheid.
  2. Tik op Toegankelijkheidsknop en -gebaar.
  3. Tik op Knop of gebaar gebruiken en selecteer de optie die je wilt gebruiken.

Op de volumeknoppen drukken voor toegankelijkheidsfuncties

Je kunt de volumeknoppen ingedrukt houden om toegankelijkheidsfuncties in of uit te schakelen.

Instellen

  1. Wanneer je in Instellingen > Toegankelijkheid een toegankelijkheidsfunctie inschakelt en die functie snelkoppelingen ondersteunt, zie je een schakelaar om de snelkoppeling in te schakelen. Tik op de naam van de schakelaar om de optie te zien waarmee je het gebaar van de volumeknop als snelkoppeling kunt gebruiken.
  2. Als je twee of meer toegankelijkheidsfuncties aan de volumeknoppen hebt toegewezen, kun je meer snelkoppelingen met het gebaar toevoegen. Houd beide volumeknoppen ingedrukt en tik vervolgens op Snelkoppelingen bewerken om een optie te kiezen in een lijst met alle toegankelijkheidsfuncties.

De snelkoppeling gebruiken

Houd gedurende drie seconden de knoppen Volume omhoog en Volume omlaag tegelijkertijd ingedrukt.

Als je meerdere toegankelijkheidsfuncties hebt toegewezen, zie je een lijst. Tik op een functie om deze in of uit te schakelen.