Aanraakgebaren leren

Dit zijn de verschillende manieren waarop u met uw vingers de telefoon kunt bedienen.

Aanraken

Actie: druk met één vinger en til op.

Resultaat: iets openen (app of e-mail) of iets kiezen (selectievakje, pictogram). Dit is vergelijkbaar met klikken met een computermuis.

Aanraken en vasthouden

Actie: druk en wacht voordat u één vinger optilt.

Resultaat: iets selecteren (app-pictogram, tekst op een pagina) en mogelijke acties weergeven.

Probeer het uit: raak tekst op deze pagina aan en houd vast om de kopieerfunctie weer te geven.

Slepen

Actie: raak aan en houd vast terwijl u verplaatst. Gebruik één vinger voor de meeste acties. Soms kunt u met twee vingers slepen voor verschillende resultaten.

Resultaat: elementen op het scherm verplaatsten, bijvoorbeeld een schakelaar van AAN op UIT zetten.

Probeer het uit: sleep de statusbalk met één vinger naar beneden om opties weer te geven. Sleep daarna de statusbalk met twee vingers omlaag om verschillende opties te zien.

Vegen

Actie: beweeg snel met één vinger over het scherm, zonder te onderbreken bij de eerste aanraking (dus niet slepen). Gebruik één vinger voor de meeste acties. Soms kunt u met twee vingers vegen voor verschillende resultaten.

Resultaat: afwisselen tussen startschermen of tussen tabbladen in een app. Of snel door een lijst schuiven.

Probeer het uit: open de app Telefoon en veeg naar links/rechts om te wisselen tussen de tabbladen.

Van elkaar af pinchen

Actie: plaats twee vingers op het scherm en beweeg ze daarna uit elkaar.

Resultaat: inzoomen om een grotere versie van foto's en kaarten te zien. Of de uitgebreide tekst van meldingen weergeven.

Probeer het uit: open de app Maps en beweeg uw vingers van elkaar af om op een gebied in te zoomen.

Naar elkaar toe pinchen

Actie: plaats twee vingers ver uit elkaar op het scherm en beweeg ze naar elkaar toe.

Resultaat: uitzoomen om een kleinere versie van foto's en kaarten te bekijken. Of de uitgebreide tekst van meldingen sluiten.

verizon-nl-nl-nl-nl-3213-42